Inleiding
Het witte doek schrikt mij niet af. Daar creëer ik heel intuïtief een eigen wereld en komen mijn gevoelens en gedachten samen op het papier door middel van kleur, vorm en lijnen. Een eigen vormentaal en een sfeerbeeld van mijn eigen ik. Sfeer is belangrijk, beelden die emoties teweegbrengen.
Ik gebruik mijn materialen heel intuïtief en ze komen gelaagd op het werk- vlak. Heel spontaan worden de kleuren, vormen en lijnen gebruikt vanuit een buik gevoel. Het is een spannend gebeuren om het werk laag na laag op te bouwen tot een esthetisch beeld. Het maken van een werk is bij mij telkens een sprong in het duister. Als ik ermee begin weet ik nooit wat het gaat worden en wat de onderliggende gedachten en ideeën zijn. Ik stuur mezelf een richting uit, onbewust maak ik een beeld dat als ik het later bekijk pas zie wat ik ermee wil vertellen en wat mijn bedoeling ervan is. Vaak persoonlijk, een kijk naar mijn eigen ik, een inkijk in mijn ziel.
Soms blijft deze abstractie op zichzelf staan maar soms breng ik er een figuratie in. De wisselwerking tussen figuratie en abstractie versterken elkaar. Deze abstractie wordt nu de leef wereld van het personage . Vaak ontstaat er een figuur uit die abstracte vormen die zijn eigen verhaal vertelt.
De titel geeft aan het werk een verduidelijking zodat de kijker in een bepaalde richting wordt geleid en de bedoeling ervan beter ziet, maar toch vervreemdend genoeg is en hem de ruimte geeft om het op zijn manier te kunnen interpreteren.